De “ethiek” en de Wet Bestuur en Toezicht.

De “ethiek” en de Wet Bestuur en Toezicht.

In de politiek is dit onderwerp bij enkele partijen zoals VVD en CDA een gevoelig onderwerp.
Opvallend is dat juist de regeringspartijen in het recente verleden het de normaalste zaak vonden dat veelal oud-politici zich een reeks van commissariaten konden permitteren zonder ook maar enige scrupules te hebben dat wil men naar eer en geweten deze functies goed vervullen dit feitelijk onmogelijk is.
Welke ethiek dragen deze politici, waaronder ook kamerleden en oud ministers dan uit.
Het antwoord is simpel vele politici ” vergaten ” dat zij een voorbeeldfunctie hadden met als gevolg dat zich ook in andere echelons, zoals de semi-overheidsbedrijven en gesubsidieerde instellingen zich eenzelfde graaigedrag ontwikkelde. Besturen van hoge scholen en ook op lagere bestuurd niveaus werd dit gedrag heel geleidelijk als normaal beschouwd.
De GRAAICULTUUR ging zich massaal over de semi-profit instellingen verspreiden.
Ook de gas-, water-, en de elektriciteitsbedrijven en woningcorporaties, die eertijds onder de toezicht van de overheid vielen, gingen zich in hun beloningsstructuur gedragen als “echte” ondernemingen, terwijl zij praktisch met geen enkel ondernemersrisico  te maken hadden.
De beloningsstructuur van het management moest wel marktconform worden.De uitvoerende bestuurders van de semi-publieke sector vaart er wel bij.
Deze ethiek  spreidde zich als een olievlek over publieke en semi-publieke overheidssectoren uit.
De consument was de dupe.

Om deze cultuur enigszins een halt toe te roepen werd per 1 januari 2013 de Wet Bestuur en Toezicht van kracht.
belangenverstrengelingBelangenverstrengeling moet voorkomen worden en dit houdt in dat een beperking van het aantal commissariaten een eerste voorwaarde is om dit gedrag uit te bannen. Hoe meer spreiding van commissariaten, toezichthoudende functies hoe minder kans op deze belangenverstrengeling. Het “Old Boys Netwerk” moet ontrafeld worden en dit komt de democratie ten goede. Bovendien streeft elke organisatie er naar om de beste man/vrouw de functie krijgt , die de beste capaciteiten heeft. Zo voorkom je dat afgebrande politici elders weer een functie krijgen binnen overheidsinstanties, die zij feitelijk niet verdienen!!!!
Er is heel wat politieke slagkracht nodig om dit gedrag van kleptocratie uit te bannen. Een soort manische drang van een kleine groep aristocraten om zoveel mogelijk baantjes, bij voorkeur betaalde baantjes, te verzamelen met een (groot) risico van verstrengeling van belangen!!!
Het SP-kamerlid Irrgang heeft in 2009 al een voorstel ingediend om het aantal Commissariaten van kamerleden in te perken. Loek Hermans van de VVD spande de kroon met zijn 18 bijbaantjes. Des te schrijnender is het voorval als dat de heer Hermans, als vertegenwoordiger van het MKB opriep om in 2011 niet in te stemmen met het voorstel van Irrgang.
In deze wet wordt een onderscheid gemaakt tussen de uitvoerende en de niet-uitvoerende bestuurders. De taken van de bestuurders kunnen onderling verdeeld worden met dien verstande dat taken, die niet aan een bepaalde bestuurder is toegewezen tot gevolg heeft dat alle overige bestuurders gezamenlijk de aansprakelijkheid aanvaarden.
Het aantal toezichthoudende of bestuursfuncties mag niet groter zijn dan 5.
Het gaat dan om bedrijven, waarvan de omzet niet groter mag zijn dan € 35 miljoen, 250 of meer werknemers telt en de waarde van de activa hoger is dan € 17,5 miljoen.

Het is een loffelijk streven om enige ethiek aan de Kamerleden mee te geven, hoe zij zich als gerespecteerde politici moeten gedragen.
Maar als u ziet hoe de Eerste Kamer erin slaagt om het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht op 31 mei 2011 weet te vertragen door een reparatiewetsvoorstel in te dienen, dat pas op 5 juli 2012 door de Tweede Kamer wordt aangenomen, dan ga je denken aan een opzettelijke vertragingstactiek temeer daar het wetsvoorstel pas op 1 januari 2013 is ingegaan.
Maar……………… waarom vertraagde de Eerste Kamer  dit wetsvoorstel? Eigen belang soms?

De doelstelling van de wet is het aantal toezichthoudende en bestuurlijke functies per individueel kamerlid te beperken, maar bij het bepalen van dit aantal van 5 functies tellen niet mee dat ” benoemingen tot bestuurder of commissaris voorafgaand aan de in werktreding van dit voorstel (bedoeld wordt ten aanzien van de voornoemde grotere ondernemingen) buiten deze nieuwe regeling” vallen en verder kunnen “al benoemde personen kunnen in functie blijven tot het einde van hun benoemingstermijn, ongeacht het aantal commissariaten”.
Dus als je voor 1 januari 2013 heel veel commissariaten zou verzamelen dan vallen die buiten deze regeling.
Uitzonderingen zijn ook de commissariaten van coöperatieve organisaties zoals zorgverzekeraars, maar ook coöperatieve banken zoals de Rabobank vallen hier buiten.
Het is een morele plicht van de kamer om na te gaan hoeveel functies, die buiten bovengenoemde wet vallen zich concentreren bij bepaalde (groepen) politici.
Veel commissarissen vinden van zichzelf dat ze moeilijk vervangbaar zijn, gezien hun kennis, de vele vertakkingen in uiteenlopende bedrijven op een verschillende kennisniveau, maken hun onmisbaar.
Geruststellend is dat iedereen vervangbaar is en dat een nieuwe stroom commissarissen zorgen voor nieuwe visies, ideeën en dus wel degelijk de plaats kan innemen van de oudere garde.
Het is een hoogstandje van Ethiek van de Eerste Kamer te denken , dat zij onmisbaar zijn.
Thans zijn de kamerleden verplicht om hun functies te vermeld, maar nog steeds worden een reeks van commissariaten niet meegeteld als het gaat om functies bij niet grote NV’s, BV’s en Stichtingen en ook groepsmaatschappijen van de grote NV, BV en ook Stichtingen blijven buiten beschouwing. Daarnaast zijn aanstellingen tot adviseur of ambassadeur van een grote NV, BV en Stichtingen die niet meetellen.

Is deze nieuwe wet dan een farce? Tot op zekere hoogte wel, maar er is een eerste stap gezet om macht te spreiden. En hopelijk zullen politici, die extreem veel banen op zich nemen, beseffen dat zij kritisch zullen worden gevolgd.

Kamerleden onderschat het niveau van de doorsnee kiezer niet!!

Published by

Ton Van Loenhout

Mijn naam is Ton van Loenhout, gepensioneerd docent en geïnteresseerd in nationale en internationale politiek. Op de website “democratischevuist.nl” komen politiek beladen onderwerpen ter sprake. Deze website is voortgekomen uit ergernis over de wijze hoe politici omgaan met hun kiezers. Deze website moet een steun zijn voor allen, die in een echte democratie geloven. In een democratie moet iedereen een kans krijgen: het recht van leven in vrijheid, het recht van werken, het recht om in een land gelukkig te worden. “Geen ons kent ons mentaliteit”, geen vriendjespolitiek, maar objectieve maatstaven om iedereen gelijke kansen te geven. Van de migranten wordt geëist, dat zij zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur. Duidelijke afspraken maken met alle groeperingen binnen onze samenleving. Geen twee-nationaliteitendoctrine, maar anderzijds de migranten de kans geven om op 18-jarige leeftijd te kiezen voor één nationaliteit en migranten op hun 40e levensjaar krijgen nogmaals de kans geven van nationaliteit te wisselen. Deze keuze is dan definitief. Je bent Nederlander of je bent het niet. De overheid zal duidelijk aangeven wat voor gevolgen deze keuze heeft op sociaal- en financieel-economisch vlakz Nederland barst van goede ideeën en ondernemersinitiatieven……. we beschikken over een voortreffelijke infrastructuur, een extreem gunstige geografische ligging, een bijzonder goed ontwikkelde landbouw, een van de landen met de hoogste internetaansluiting per 1000 inwoners enz. en toch….scoren we binnen de EU matig. Daar moet de politiek veel meer voor open staan. Vele, vele mensen zonder baan staan te popelen om weer aan de slag te gaan. Er is nog zoveel te doen. Het politieke machtsspel binnen de democratie speelt zich af in een aristocratische omgeving. Anderzijds zijn er nogal wat Tweede Kamerleden, die zo vaak proberen om veel aandacht op zichzelf te vestigen en daarbij dankbaar gebruikmakend van sociale media. Kortom veel Kamerleden zijn vooral met hun eigen toekomst bezig en minder met het belang van hun kiezers Er wordt veel gepraat maar vaak mis je de daadkracht voor echte verandering.